Zorg verlenen

  • Zorgverleners geven in overleg met de cliënt vorm en inhoud aan de behandeling/begeleiding, volgens de afspraken in het behandel- of begeleidingsplan en volgens de wet- en regelgeving.
  • Zorgverleners besteden aandacht aan familie en naasten van de cliënt. Ze betrekken hen zo veel mogelijk bij de behandeling/begeleiding, mits de cliënt hier geen bezwaar tegen heeft. Binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie worden, afhankelijk van de leeftijd van de cliënt, (ook) de ouders of wettelijk vertegenwoordigers betrokken, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen. Zie 7.1.
  • Zorgverleners mogen alleen voorbehouden handelingen uitvoeren als zij daartoe bevoegd en bekwaam zijn.
  • Zorgverleners schakelen een bevoegde en bekwame collega in en bespreken dat met de regiebehandelaar als zij de grenzen van hun bekwaamheid bij voortzetting van de behandeling/begeleiding zouden overschrijden.
  • Zorgverleners die gegronde redenen denken te hebben om de behandeling/ begeleiding van een cliënt niet op zich te nemen of te stoppen, bespreken dit met de cliënt, de regiebehandelaar en hun leidinggevende. Als de zorgverlener besluit daadwerkelijk te stoppen zorgt hij voor een goede overdracht en voldoende continuïteit van de behandeling/begeleiding.
  • Zorgverleners dragen binnen hun verantwoordelijkheidsgebied bij aan de totstandkoming van en het onderhouden van externe relaties, zodat goede samenwerking met of een goede overdracht van cliënten naar een andere organisatie of andere zorgverlener gewaarborgd is.
  • Zorgverleners informeren de cliënt en eventuele familie/naasten in begrijpelijke taal over de behandeling/begeleiding.
Printversie van deze paginaPrint