Rol en taken van andere behandelaren

De belangrijkste rollen, taken en verantwoordelijkheden van een (mede-) behandelaar in de specialistische ggz en evt. de basis ggz zijn:

  • De behandelaar voert zelfstandig zijn deel van de behandeling uit, binnen het kader van het vastgestelde behandelplan van de cliënt.
  • De behandelaar is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen handelen, zijn aandeel in de behandeling en de bijbehorende dossiervoering.
  • De behandelaar geeft op tijd voldoende informatie aan de regiebehandelaar zodat deze zijn verantwoordelijkheden kan waarmaken.
  • De behandelaar informeert de regiebehandelaar wanneer hij zijn deel van de behandeling wijzigt en/of afsluit.
  • De handelaar en regiebehandelaar evalueren zo vaak als nodig is, in ieder geval minimaal één keer per behandeling of per jaar, de behandeling van de cliënt en maken afspraken over het vervolg. In de specialistische ggz van Emergis gebeurt dat in een multidisciplinair overleg. Op afspraak kunnen de cliënt en evt. zijn familie hierbij aanwezig zijn.
  • De behandelaar volgt de aanwijzingen van de regiebehandelaar op. Het kan voorkomen dat de behandelaar de afspraken uit het behandelplan niet kan nakomen, de aanwijzingen niet kan opvolgen of het beter vindt om dit niet te doen. In dat geval neemt de behandelaar contact op met de regiebehandelaar voor overleg. Bij blijvend meningsverschil volgen zij escalatieprocedure (8.3).
  • De behandelaar mag er van uitgaan dat Emergis de bevoegdheid, bekwaamheid en geschiktheid van medewerkers getoetst heeft en dat zij bekwaam zijn om dat deel van de behandeling waarvoor zij verantwoordelijk zijn zelfstandig uit te voeren. Als de behandelaar op basis van zijn eigen professionaliteit en waarnemingen twijfelt over de bekwaamheid, spreekt hij de betreffende medewerker hier op aan om die twijfel weg te nemen. Bij blijvende twijfel maakt de behandelaar dit kenbaar bij de leidinggevende.
  • De behandelaar heeft daarnaast verantwoordelijkheden die voor alle zorgverleners van Emergis gelden. Zie hoofdstuk 5.
Printversie van deze paginaPrint