Voor wie?

Je krijgt hulp vanuit het zorgprogramma eetstoornissen als:

  • je een verstoord eetpatroon hebt, zoals te weinig of eenzijdig eten of juist eetbuien hebben;
  • je een te laag gewicht hebt door dit eetpatroon;
  • je braakt, laxeert of erg veel beweegt omdat je bang bent om dik te worden;
  • je een negatieve kijk hebt op jezelf en je lichaam.

Voorbeeld

Sarah is vijftien jaar. Ze vindt zichzelf te dik en is daarom begonnen met lijnen. Ze eet nu alleen nog groente en droge boterhammen. In haar hoofd is ze veel bezig met calorieën tellen. Haar schoolresultaten gaan achteruit. Sarah sport veel, maar met steeds minder plezier. Soms braakt ze omdat ze zich niet aan haar strakke eetschema heeft gehouden. Vriendinnen merken dat ze niet goed in haar vel zit. Ze beginnen vragen te stellen, net als haar ouders.

Printversie van deze paginaPrint